De Oosteinderpoel

Als je ter hoogte van Schiphol langs de ringvaart rijdt van de Haarlemmermeerpolder, heb je erg veel fantasie nodig om je voor te stellen hoe het vroeger was, voor 1852 toen deze polder nog een meer was, een woest meer bovendien. Aan de overkant van de ringvaart ligt een landschap dat het voorstellingsvermogen kan helpen. Daar liggen oeverlanden, een mozaïek van eilandjes en kreken die ooit de begrenzing waren van het grote meer. Ze lagen aan het oosteinde en werden bedreigd door het water dat met westenwind de veenbodem steeds verder aantastte. Toen eenmaal de ringvaart en dijk er waren en het dorp Oosteinde veilig was, ging het hier de Oosteinderpoel heten. Op deze veeneilandjes vond een nogal moeizame teelt plaats van seringen. De meeste eilandjes verwilderden en raakten begroeid met elzenbroekbos.

Tegenwoordig zijn het spannende stukken jungle waar je tussendoor kunt varen. Maar er zijn ook eilandjes die nog open en grazig zijn. Ze worden elk jaar door Landschap Noord-Holland gemaaid om ze niet te laten veranderen in bos, want de flora in zulke veenweitjes is betoverend mooi. Het kan er hectarebreed lichtpaars zien van de echte koekoeksbloem. Er zijn stukjes bij met moerasheide, ook niet alledaags. In de bosjes huizen vogels als havik, buizerd, sperwer, ijsvogel en blauwe reiger. Er zijn wel twee reigerkolonies. In de trektijd komen er zelfs purperreigers langs. Onder hopen afgemaaid riet laten ringslangen hun eieren uitbroeden door compostwarmte. In het water leeft de reuzenmeerval, een restpopulatie van voor de laatste ijstijd die hier heeft overleefd. Zo'n volwassen vis kan al gauw meer dan twee meter lang worden.